Walem Fort - Een klein dorp in de Groote Oorlog

WAELHEM - Een klein dorp in de Groote Oorlog
ONS DORP

Ons dorp

De Groote Oorlog was niet alleen een loopgravenoorlog maar ook een bezettingsoorlog.
Midden november waren de meeste inwoners van Walem naar hun grotendeels verwoest dorp teruggekeerd, zo ook de familie Van den Eynde. Hun huis was zwaar beschadigd en hun velden, die aan het fort grensden, leken wel een maanlandschap. Bomkraters en kapotgeschoten loopgrachten hadden de groentenvelden tot een woestenij herschapen.

Ongeveer 250 Walemnaars kwamen echter pas terug na de wapenstilstand.
De oorlog bracht voor de burgerbevolking vier jaar van terreur en ontbering. Met de regelmaat van de klok eisten de Duitse bezetters allerlei levensmiddelen op.
Fabrieken vielen stil, de mannen zaten aan het front. Hele gezinnen vielen zonder inkomen, de voedselprijzen schoten pijlsnel omhoog.
Paarden en auto s waren door het leger opgevorderd, landbouw en transport liepen in het honderd.

De Liebig-fabriek in Walem werd door de Duitsers aangeslagen en verder uitgebaat.
In december 1918 werd door het gemeentebestuur een lijst opgemaakt van de grondstoffen die de Duitsers in de fabriek hadden achtergelaten.

Azijnfabriek St-Michel te Walem

Gebouwd als een azijnfabriek werd het complex later overgenomen door de firma Liebig die er vleesextracten produceerde.
Onder de Duitse bezetting bleef de fabriek actief.


Met beloftes van hoge lonen en steun aan de achtergebleven families werden al vlug mannen geronseld om in Duitsland te gaan werken. Tegen maart 1916 waren slechts 12.000 mannen vertrokken, terwijl de Duitse industrie er honderdduizenden nodig had voor de oorlogsindustrie die op volle toeren draaide. Als oplossing voor dit nijpende tekort aan arbeidskrachten beslisten de Duitsers om over te gaan tot dwangarbeid: de jacht op werklozen was open.

Vanaf 8 november 1916 werden mannen opgepakt voor tewerkstelling in Duitsland. Volgens een document uit 1919, opgemaakt door de gemeente, werden in 1916 8 Walemnaars naar Duitsland getransporteerd voor verplichte tewerkstelling. De Duitse bezetter ging na welke mannen tussen 16 en 40 jaar werklozensteun trokken van het comité en stuurden hen als dwangarbeiders naar onder meer steenkoolen zoutmijnen in Duitsland. Zestigduizend mannen werden eveneens verplicht tewerkgesteld in de Duitse defensie waar ze onder meer loopgrachten en ondergrondse schuilplaatsen moesten graven. Vaak mishandeld, uitgeput en ondervoed keerden de overlevenden in 1918 als menselijke wrakken terug naar huis.

Tewerkgestelden in Duitsland

Belgische tewerkgestelden in Homburg (Saar) op 13.08.1916.
Als derde bovenaan links staat Frans Vonckx uit Walem.

walem dorp 1
walem dorp 2
walem dorp 1
walem dorp 2