Walem Fort - Een klein dorp in de Groote Oorlog

WAELHEM - Een klein dorp in den Grooten Oorlog
DE FORTENGORDEL

De fortengordel.

Na de onafhankelijkheid van België in 1830 werd het land een strikte neutraliteit opgelegd door het verdrag van Londen (1839). Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen waarborgden de onschendbaarheid van het Belgische grondgebied. Tegen de Europese politieke achtergrond bleef echter de vrees bestaan voor een internationaal conflict of een regelrechte inval, in de eerste plaats vanuit Frankrijk of Nederland.

In 1848 besloot een militaire commissie dat de verdediging van België moest steunen op een vesting waarin het leger, de koning, de regering en het parlement zich konden terugtrekken als de vijand het landleger had teruggedrongen. In die vesting, het “Nationaal Reduit”, kon het leger een beleg doorstaan tot via de Schelde hulp werd geboden door één of meer van de vijf landen die de Belgische neutraliteit hadden gewaarborgd in 1839. Als centrale vesting werd gekozen voor Antwerpen wegens de ligging aan de Schelde, en omdat de stad op een verdere afstand lag van de potentiële vijanden Frankrijk en Duitsland.

Antwerpen zou in de eerste plaats beschermd worden door een belegeringsomwalling en een fortengordel naar de plannen van de militair en politicus Henri Brialmont. De goedkeuring voor het “Nationaal Reduit”, ook “Nationaal Toevluchtsoord”, “Vesting Antwerpen” of “Bolwerk Antwerpen” genoemd, werd bekrachtigd bij wet van 20 september 1859. In eerste instantie werden 8 forten gebouwd over een afstand van 18 kilometer, van Wijnegem tot Hoboken. Op 3 maart 1860 werd met de bouw begonnen, de gordel was voltooid in 1864. Ook de steden Luik en Namen werden door een fortengordel beschermd.

Door de snelle ontwikkeling van de artillerie en de grotere draagkracht van de kanonnen werd al snel duidelijk dat met de bestaande forten Antwerpen niet langer gevrijwaard werd van bombardementen. Daarom werd besloten de fortengordel uit te breiden met een vijftal forten op grotere afstand van de Scheldestad. De Frans-Pruisische oorlog van 1870 was een extra stimulans om de verdediging te versterken. Na die oorlog werd het Duitse keizerrijk een feit, Frankrijk moest Elzas-Lotharingen afstaan.

Tijdens de parlementaire zittijd van 1877-1878 had de regering de wetgevende kamers de nodige kredieten laten stemmen voor een nieuwe uitbreiding van de verdediging van Antwerpen. “Het beleg van Parijs en Metz hebben op een duidelijke wijze aangetoond dat men de straal van de verdedigingsposities zo groot mogelijk moest houden en dat deze uitbreiding , waarvan het nut, sedert deze memorabele voorbeelden nooit in twijfel werd getrokken, een dringende noodzaak was geworden.”

Er werd overgegaan tot de bouw van vaste steunpunten als onderdeel van een nieuwe hoofdverdedigingslijn: de forten van Lier en Waelhem (1878), het fort van Rupelmonde (1882), het fort van Schoten (1885) de schans van de spoorweg (1886) het kleine fort van Kapellen ( 1892), de forten van Stabroek en Sint-Katelijne-Waver begroot in 1900. Ten noorden van Antwerpen aan weerszijden van de binnendijk uitlopend op de zeedijk werden de kleine forten van Oorderen en Berendrecht opgericht

Halfweg tussen de forten werden schansen gebouwd, eigenlijk miniforten.





Walem fort: de fortengordel rond Antwerpen


Walem fort: de fortengordel rond Antwerpen